Harley-Davidson Low Rider S 2020

Harley-Davidson is aan een transformatie bezig. Onder de naam ‘More roads to Harley-Davidson’ werken ze aan een strategie om hun aanbod drastisch uit te breiden en zo een breder publiek aan te trekken. De elektrische LiveWire is daarvan natuurlijk het beste voorbeeld, maar ook de eigenzinnige hoogpoter waarover al lang geruchten de ronde doen, past in dat plaatje. Anderzijds willen ze hun bestaande publiek ook aan boord houden met machines die vintage Harley zijn. Deze nieuwe Low Rider S hoort in die hoek thuis, en maakt de droom zelfs voor meer mensen bereikbaar.

Het gamma van Harley is niet het meest doorzichtige op de markt, en zelfs journalisten met ervaring hebben het soms moeilijk om alle modellen van elkaar te onderscheiden. Deze Low Rider S wordt als elfde lid toegevoegd aan de uitgebreide Softail-familie en het is eigenlijk een nieuw instapmodel voor het krachtige 114 cubic inch blok. De gewone Low Rider die al langer in het gamma zit doet het nog met het iets bescheidener 107 blok. Die S in de naam staat dan ook voor ‘Special’, maar zou eigenlijk ook voor Straightforward of Simple kunnen staan, in de beste betekenis van dat woord.

Rijplezier

De nieuweling is immers helemaal gefocust op z’n kerntaak, namelijk rechttoe rechtaan rijplezier schenken. Dat merk je vanaf de eerste blik op de machine. Het is een powercruiser zonder liflafjes of overbodige onderdelen. Het kopkuipje is het enige extraatje, maar dat blijkt later onderweg zijn functie bijzonder goed te vervullen, want het zet je bij snelwegsnelheden behoorlijk goed uit de wind. Het design is uitgesproken sober met heel veel zwarte accenten en details die niet dadelijk in het oog springen, maar het geheel wel afmaken. De bronzen kleurstelling van de wielen refereert naar endurance racewagens uit de jaren tachtig en de opstaande luchtinlaat is een gewild accessoire. Het éénduims dikke stuur is schatplichtig aan de motorcross, en onderstreept de soberheid ook eens je in het zadel zit. Het dashboard zit niet in de binnenzijde van het kopkuipje, maar bestaat uit twee ronde tellers op de tank. Hierin is de hang naar soberheid misschien wat doorgeschoten, want de binnenzijde van de kopkuip oogt daardoor wat simpel ‘plastiekerig’ en de tellers op de tank kan je enkel aflezen als je de ogen van de weg afhaalt.

Gewenning

Nieuw voor deze Low Rider is de positie van de voetsteunen. Harley beweert dat ze die op vraag van journalisten en rijders meer naar achteren heeft verschoven. Het resultaat voelt aanvankelijk wat onwennig, want de knieën worden in een relatief krappe hoek geduwd. Ze komen zelfs een stukje hoger dan het achterwerk te zitten. Het stevig gepolsterde zadel weet dat echter op te vangen door heel veel steun aan het zitvlak te geven. Het stuur staat dan weer redelijk ver naar voren zodat de armen bijna gestrekt zijn. Het is een zithouding die gewenning vraagt, maar we hielden het toch zonder pijn dik tweehonderd kilometer vol in het zadel. Dagtochten van het dubbele zouden we echter afraden, maar daar heeft Harley ander materiaal voor in huis.

Sportieve ambities

In de heuvels rond San Diego voelt deze Low Rider S zich prima thuis. Zacht slingerend en glooiend baant het asfalt zich door een al maar heter wordende omgeving richting echte woestijn. Het gewicht van de machine blijft droog net onder de 300 kilogram, en in Amerikaanse termen is dat eerder laag. Daarom laat de S zich best kwiek sturen. Bij hele lage snelheden heeft hij wat de neiging naar binnen te kantelen, maar eens onderweg merk je daar niets meer van. De Low Rider S kreeg met 28° een krappere balhoofdshoek dan zijn familieleden en de UPSD vooraan verraadt ook sportievere ambities dan de klassiekers uit het Softail gamma. Achteraan werd het samenspel tussen achterbrug en monoshock geoptimaliseerd om comfort en rijeigenschappen beter in balans te brengen. Het chassis verwerkt de krachtsontplooiing in de praktijk voortreffelijk en van kwaaltjes als overdreven wiegen is geen sprake. En maar goed ook, want kracht is er met bakken voorhanden.

We kennen het 114 blok al een tijdje, en dat blinkt uit in koppel dat van diep onderin de toerenschaal voor handen is. Je kan daardoor heel schakellui cruisen. Gewoon kiezen voor zijn derde en op souplesse bochten soldaat maken is hier de boodschap, en dat is geweldig rustgevend. Voor die rijstijl voldoen de remmen ook ruimschoots. Het is immers niet de bedoeling collega-motards uit te remmen kort voor een bocht. Wie toch denkt dat hij op circuit bezig is, zal eerder met een andere beperkende factor rekening moeten houden. Op onze testmodellen zijn de antennetjes op de voetsteunen preventief verwijderd, maar dan nog maak je al snel contact met het wegdek. Met het rubber van voetsteuntjes is dat nog geruisloos, maar toen ik na een inhaalmanoeuvre een gaatje op de voorligger moest dichtrijden, voelde en hoorde ik zelfs de uitlaat even contact maken. Dat was echter een gepaste waarschuwing, want als de higway patrol me op dat moment had gespot was mijn Visa-limiet waarschijnlijk niet voldoende geweest om me vrij te kopen. Punt is dat je met deze Low Rider S heel lekker aan de rol kan, maar dat je respect moet hebben voor zijn grenzen.

Logische uitbreiding

Deze Low Rider S is een logische uitbreiding van het gamma die het vette 114 inch blok in zijn meest eenvoudige en goedkoopste setup lanceert. Voor net 20.000 euro heb je een echte powercruiser die onversneden rijplezier biedt. Gewoon gas geven en gaan is het devies. Als je stijlvol wil powercruisen is de nieuwe Low Rider S dus zeker een nieuwe optie met een prijskaartje dat al iets meer binnen het bereik ligt dan dat van sommige andere modellen uit Milwaukee.

Een uitgebreid verslag van onze testrit, alsook de nieuwe 2020 Harley-Davidson touringmodellen en CVO’s vind je in de volgende editie van M&T.

 

Tekst: Tom Vander Sande

Foto’s: Harley-Davidson

Bron: Motoren & Toerisme

Share this article

You May Also Like