Test Indian Springfield

Massive attack…

 

Ik sta oog in oog met de Indian Springfield. Ondanks mijn lederen jack en stoere helm verdwijn ik bijna in het niets tegenover deze mastodont van een motor. 372 kilo droog aan de haak, een windscherm zo groot als een etalageraam, 1.811 cc in het vooronder en net geen 140 Newtonmeter koppel aan het achterwiel. Ik verwacht me aan een ‘massive attack’, maar word verrast door een piekfijn afgewerkte motor met meer charmes dan de meeste cruiserrijders gewend zijn.

 

 

Bij de eerste kennismaking word je niet alleen overdonderd door het imposante van de Springfield, de afwerkingsgraad maakt zo mogelijk nog meer indruk. Alle hoekjes en kantjes zijn perfect afgewerkt, de motor zit heel goed in de lak, de badges en logo’s zitten waar ze moeten zitten zonder te groot of te schreeuwerig te zijn en uiteraard prijkt een verlichte indianenkop op het diep doorgetrokken voorspatbord. Onder andere door dat heel grote voorspatbord geeft de Springfield een bijzonder klassieke aanblik, al is daar uiteraard niks mis mee want Indian is niet voor niets het oudste Amerikaanse motormerk. En een beetje ‘heritage’ mag je op de cruisermarkt natuurlijk wel als verkoopsargument gebruiken. Alle kabels lopen door het stuur wat een heel nette indruk geeft en hoewel er voor de aansturing van de moderne elektronica best wel wat knoppen over het stuur verdeeld moesten worden, geven die beslist geen ‘Cheap China’ indruk.

test-indian-springfield

Subtiel blok

 

111 Cubic Inch heeft de Indian in het vooronder en dat is nog één vierkante duim meer dan het CVO blok dat furore maakt in de grootste creaties van Harley-Davidson. Van zodra je de krachtbron start, voel je echter al dat het Thunderstroke 111 blok van Indian compleet anders van aard is dan de CVO V-Twin uit Milwaukee. Probeert die laatste je van je sokken te blazen met vette klappen van de zuigers en al even vette klappen uit de uitlaten, dan pakt het Thunderstroke 111 de zaken veel discreter aan. Wie dat CVO-geblaf de max vindt, zal de Indian veel te stil en te subtiel vinden, maar wie op zoek is naar een dikke gecultiveerde cruiser moet wel degelijk deze Springfield hebben. Ondanks de olietanker-afmetingen van de Indian rij je vlotjes met de Springfield weg want de koppeling laat zich prima doseren en de gasaanname is nagenoeg perfect zodat je niet met horten en stoten of te veel koppelingsslip van de plaats gaat.

Tijdens de rit voel je in zadel, stuur en treeplanken minder trillingen doorkomen dan bij de Harley-Davidson cruisers, nog een bewijs dat Indian meer op het comfort hamert terwijl de Harleys het meer van de sensaties moeten hebben. De cruise control van de Springfield werkt heel intuïtief, al zal je de snelheid niet te hoog mogen optrekken als je met de Indian lange afstanden wil afleggen. De reden daarvoor ligt bij het groot windscherm. Ik kon als 1,83 meter grote motorrijder net over het windscherm heen kijken, maar kan me voorstellen dat bestuurders van 1,75 tot 1,80 meter constant net op de bovenste rand van het stuk plexi zullen zitten kijken met een wat bizarre kijk op de gebeurtenissen voor je als resulta

 

Weg van de snelweg, op weg naar de kleinere weggetjes, maak je kennis met een compleet andere Indian. Een motor die naast charmes en kwaliteit ook een hoop gebruiksgemak in de aanbieding heeft. Want ondanks zijn formaat en gewicht laat de Springfield zich vlot mennen. Uiteraard mag je van een motor als deze niet het stuurgedrag van een 600 cc sportmotor verwachten, maar alles in acht genomen blijft de input die je moet leveren om een bocht in te sturen beperkt en wat veel belangrijker is: eens je een rijlijn hebt uitgezet volgt de Indian die ook netjes op.

schermafbeelding-2016-09-09-om-20-16-17

Conclusie:

 

Deze ‘massive attack’ Indian is eigenlijk meer een charme-offensief. Ondanks zijn omvang en indrukwekkend motorblok is dit toch een motor met een bijzonder hoge aaibaarheidsfactor. En hij is misschien niet zo ‘potato-potato’ overdonderend als een Harley, hij weet je wel in te pakken met veel klasse, een hoge afwerkingsgraad, veel bruikbaarheid en uitermate fijne rijsensaties. ‘In the end’ blijft het wel een cruiser zodat de nadelen die inherent zijn aan dit concept (doorgezakte zithouding, turbulenties,…) ook aanwezig zijn. En als je naar de prijs informeert, dan weet de verkoper al dat je’m eigenlijk niet kunt betalen want 27.199 euro in België en 31.199 euro in Nederland blijft toch een flinke investering. Zelfs als je voor die centen heel veel waar terugkrijgt.

 

De volledige versie van deze test lees je in de Cruiser Special van Motoren & Toerisme, die nu in de winke ligt.

 

Tekst: Bart De Schampheleire

Foto’s: Joost De Bock

Bron: De MotorSite

 

Share this article

You May Also Like