Vergelijkingstest: Ducati Scrambler 1100 Special vs Triumph Scrambler 1200 XE

De straten in de Sinjorenstad kleuren rood. Het is 1 mei, de Dag van de Arbeid. De ochtendmist hangt nog tussen de gebouwen en een gespannen sfeer doet vermoeden dat er iets op til is. Her en der zie je kleine groepjes mensen met rode accenten halvelings verstopt onder hun jas. Als tegengewicht is er massaal veel blauw aanwezig, geen liberalen maar wel de lokale politie.

Kortom, het is de ideale dag om deze twee brulapen los te laten in de stad. Het is misschien een dag van nationaal verlof, maar gelukkig is de grens tussen werk en hobby vaag voor ons. Dit is een vergelijkingstest waar ik al geruime tijd naar uitkijk, de koningsklasse van de scramblers. Tegenwoordig verkoopt alles wat een retro-sfeer uitstraalt. Beide fabrikanten weten dit, Triumph misschien al iets langer dan Ducati, en met de Scrambler-reeks spelen ze hier gretig op in. Als dan de marketingmachine een droom verkoopt met spectaculaire persplaten van een motard in een verlaten woestijn, de zon tegemoet rijdend met een tentje achterop en een model aan zijn zijde, dan is het logisch dat stadsjongens zoals ik hebberig worden.

Dromen mag en dromen kan, maar het decor zal voor ons gewone stervelingen eerder bestaan uit propvolle straten in een zone 30 dan een verlaten woestijn. Net daarom beginnen we in het centrum van Antwerpen om te zien hoe deze dikke eenliters functioneren bij tergend traag stadsverkeer. Koppen doen ze in ieder geval draaien, en laten we eerlijk zijn, voor sommige kopers is dat zeker van belang.

We geven de straten terug aan de socialisten voor hun jaarlijkse optocht en rijden naar de verlaten lanen in de haven om de motoren even uit te laten. Het is duidelijk 1 mei: buiten enkele verdwaalde vrachtwagens met een vreemde nummerplaat komen we niet veel werkvolk tegen. Het decor van dit uitgestrekte industriegebied geeft ons de gelegenheid om alle pk’s los te laten op het soms belabberde asfalt van de haven. Rolls Royce schijnt zijn nieuwste SUV vooral in België te hebben getest net omdat de wegen hier ‘uitdagend’ zijn. Dus bekijken we het langs de positieve kant en maken we gebruik van ons exportproduct om het comfort van deze scramblers te testen. Helaas kunnen ze moeilijk maskeren dat we het niet hebben getroffen met onze wegen, de Ducati nog iets minder dan de Triumph. De veringen staan redelijk stug afgesteld, al verzachten de zachte zadels het leed enigszins. Niet dat het afzien is, maar echte reismotoren zijn het ook niet. Het valt te begrijpen dat er geen windscherm op beide scramblers zit, aangezien dat niet bij de looks past, maar het is daardoor wel stevig vastklampen bij hoge snelheden.

Op de terugweg richting Antwerpen krijgen we nog eens een laatste kans om een eindoordeel te vellen. We stellen de TomTom in op bochtige wegen, want dat onderdeel is tot nu toe te weinig aan bod gekomen. Ons vermoeden wordt bevestigd. De Triumph lijkt ondanks zijn 21-inch voorwiel vlotter in te sturen dan de Ducati met zijn 18-inch wiel. De Italiaan vraagt meer gewenning en duidelijke input om hem in de bochten te mikken. Hij gehoorzaamt wel, maar je moet hem bij de les houden. Op de Triumph voelt alles een stuk natuurlijker en eenvoudiger aan. Het is minder werken om de ideale lijn te kiezen en te houden.

We zijn ondertussen al een paar uur onderweg en de houding op Triumph is het meest geschikt voor langere afstanden, met veel beenruimte en een natuurlijke positie van het bovenlichaam. Bij de Duc moeten we eerder denken aan de sportievere, compacte houding van de Monster, lichtjes naar voor geleund en met een stevige knik in de knieën. Als je overstapt is het altijd even schrikken van de hoogte van de Triumph, maar omgekeerd moet je op de Ducati je benen extra in de plooi trekken, wat minder ergonomisch aanvoelt. En de Triumph scoort nog wel meer punten op gebied van ergonomie en bruikbaarheid. Zo is z’n display het meest intuïtieve en veruit het duidelijkste leesbaar. Het dashboard van de Ducati is uiterst sober en kan stilaan een update gebruiken. Het schakelen tussen de vijf rijmodi gebeurt bij de Triumph via een aparte knop, bij de Ducati moet dat via de pinkers en is er keuze uit drie rijmodi die weinig opmerkelijke verschillen vertonen in hun motorrespons. De Engelsman is de nieuwste van de twee en dat merk je op dit vlak zeer duidelijk. Enkel het opstarten van de Triumph via het Keyless systeem duurt redelijk lang naar onze mening, maar goed, dat zijn details.

We hebben vandaag de kans gehad om twee modieuze Scramblers te testen in drie verschillen habitats: in de drukte van het stadsverkeer, op de open baan en in een geïmproviseerde woestijn zoals op de dromerige persplaten. In de drie scenario’s scoren ze uitstekend, maar nergens zullen ze met de eerste plaats gaan lopen, en dat hoeft ook niet. Beide merken zijn erin geslaagd om een breed inzetbare motor in de markt te zetten die er ook nog goed uitziet.

De volledige versie van deze vergelijkingstest lees je in M&T 3-2019 die nu in de winkel ligt.

 

 

Tekst: Charly de Kinderen

Foto’s: Mike Van Cleven

Bron: Motoren & Toerisme

Share this article

You May Also Like