Vergelijkingstest: Harley-Davidson Street 750 vs Kawasaki Vulcan S

Om bij het begin te beginnen: beide heerschappen gaan voor minder dan 8.000 euro de dealerdeur uit, en dat is voor veel rijders nog altijd een criterium om rekening mee te houden. Niet elke cruiser-minded ziel heeft immers (minstens) het dubbel van dat bedrag over om helemaal ‘echt’ voor de dag te komen aan boord van één van de gevestigde waarden. We kozen een zonovergoten dagje uit – moeilijk… – om deze pocket-cruisers aan de tandwielen te voelen en waren tamelijk snel zeker van het verdict.

 

Broem

Een cruiser heeft een V-twin in het vooronder, punt. Mispoes. De Harley wel uiteraard – vloeken in de kerk mag niet -, maar de Kawasaki doet het doodgemoedereerd met de 650 cc metende staande twin die we al sedert jaar en dag kennen uit de ER-6 en de Versys 650. Een pittig blokje dat auditief evenwel wat uit de toon valt in dit segment. De klank uit de rechts gemonteerde matzwarte uitlaat is weinig begeesterend en aan hogere toeren zelfs schril, iets waar een andere toeterbuis wellicht resoluut komaf mee maakt. Met 61 pk beslist niet amechtig, maar wie de zinsnede ‘surfen op de koppelgolf’ aanbidt moet in zee zwemmen tot aan toerental 6.600 o.p.m, en da’ s ver. Houd er doodgewoon rekening mee dat je minstens 3.000 toeren moet draaien om een beetje vaart te maken, de echte kicks moet je zoals gezegd hogerop zoeken. Doe je het op die manier, dan voel je een erg vlot te mennen machine onder je, snedig, pittig en helemaal ‘willing & able’. Met een gemiddeld verbruik van 5,2 liter per 100 kilometer ook geen zuipschuit. De zesbak schakelt licht en correct, de koppeling is een tikkeltje abrupt, iets wat ons bij de presentatie begin vorig jaar niet echt was opgevallen. Wel instelbare hendels links en rechts, dus netjes op maat te regelen van kleinere knuistjes. En oh ja, een ketting op een cruiser vinden we maar niks…

De Street dan, een machine met een benijdenswaardig logo op de tank en een motorconfiguratie die helemaal thuishoort in het cruisersegment. De 750 cc metende watergekoelde Revolution V-twin levert 57 pk, maar in tegenstelling tot de Vulcan komt het maximumkoppel hier al vrij aan 4.000 toeren, en dat maakt een wereld van verschil. Je kan de Street al heel laag in toeren naar zijn zesde gang loodsen, dokkeren of snokken aan de riem – proper en goed – is er niet bij. Wel de tijd nemen bij het opschakelen want de slag van het pedaal is nogal lang en kleine (lady)-bikers zullen het niet instelbare kopplingshendel aanstippen als een manco. Ook het late aangrijpen van de koppelingsplaten viel in negatieve zin op, je moet echt wel goed doseren om netjes vanuit stilstand te vertrekken. Het watergekoelde vierklepsblok is hoe dan ook dé troef van de Street wegens zoet draaiend, gewillig en ronduit flink. Met een gemiddeld verbruik van 5,6 liter per 100 kilometer iets dorstiger dan de Vulcan, maar dat kan ook zijn omdat we het immer gewillige blokje iets verder pushten. Puur motorisch is de Harley de betere van de twee, het blok voelt aan als een kleinere versie van de V-Rod en dat is een compliment dat kan tellen.

 

Conclusie:

Beide testmodellen proberen op hun manier de zieltjes van de budgetbewuste liefhebber van coole cruiserlijnen voor zich te winnen, maar wie kiest voor de ‘gewone’ Kawasaki Vulcan S koopt voor net geen 500 euro meer dan de Street 750 een duidelijk beter presterend pakket.

 

 

Lees de volledige versie van deze test in het septembernummer van Motoren & Toerisme

 

Bron: De Motorsite

Share this article

You May Also Like