Vergelijkingstest: Indian Roadmaster en Harley Davidson Ultra Limited

Vrijdagnamiddag, half vier. Snel even de Indian ophalen in Temse. Met de auto zou dit een helletocht door de file zijn, maar daar brommen we toch vlot tussendoor, niet? Fout gedacht! Al snel merk ik dat fileflitsen met een mastodont van ruim 400 kilogram een heel andere discipline is dan ik gewend ben. De door werken versmalde rijstroken drukken het verkeer zo samen dat er geen doorkomen aan is. Hier en daar geraak ik tussen de voor de Kennedytunnel aanschuivende vrachtwagens door, maar na een tijdje geef ik het op en zet me braaf in de rij met m’n bus op twee wielen.

 

Op tijd in de remmen

Op maandag rijd ik naar Luxemburg waar collega Wim me opwacht met de Harley, zonnebril op de neus, blik op oneindig. Op de E42 naar Verviers mijmer ik over de rijke geschiedenis van beide Amerikaanse merken. Indian werd geboren op het einde van de 19e eeuw en de eerste letterlijk gemotoriseerde fiets werd ontwikkeld in 1901. De Harley-Davidson Motor Company werd opgericht in 1903. De Tweede Wereldoorlog bracht de doorbraak voor het laatste merk door massale bestellingen van het Amerikaanse leger, waarmee Harley-Davidson een vaste waarde werd in de markt van de motoren, met een hele schare aanhangers en liefhebbers. Ook Indian profiteerde aanvankelijk van de massale vraag naar legervoertuigen, maar kwam eerder berooid uit dit avontuur. Na decennia van comebacks lijkt het merk sinds 2011 een goed moederhuis te hebben bij Polaris Industries en is goed op weg z’n glorieuze verleden eer aan te doen.

Na de bocht

Een motorfiets moet natuurlijk ook vooruitgaan. Beide jongens doen dat met grote stappen en een lange slag. De Indian gebruikt daar een 111ci-blok voor, de Harley ziet het nog groter met 114 kubieke duim. Vertaald is dat respectievelijk 1.811 en 1.868 cc. Een mooi weetje is dat Polaris, het moederbedrijf achter Indian, niet zomaar gekozen heeft voor die specifieke longinhoud. Het volledig nieuw ontwikkelde blok werd in 2012 geïntroduceerd, exact 111 jaar na het ontstaan van het merk z’n eerste aandrijver. De Indian heeft drie rijmodi waarvan ik de sportstand veruit de leukste vind omwille van de dikke schop onder de kont vanaf 3.000 opm (maximaal koppel van 151 Nm). Fijne bijkomstigheid is dat de motor dan een stoere, diepe brom laat horen die je eigenlijk wel verwacht op dit soort machines. Verder kan je ook nog kiezen uit standaard- of touringmodus met telkens als eigenschap een zeer lineaire vermogensafgifte. Bij de laatste valt bij stilstand één cilinder uit omwille van emissienormen. Op de Harley tref ik geen keuze uit verschillende rijmodi. Jammer, want op moderne motoren is dit nochtans standaard dezer dagen. Het vermogen komt erg lineair vrij met voldoende trekkracht vanaf 1.500 opm. Vanaf 3.000 toeren voel je een goede, duidelijke sensatie en bereikt de motor z’n koppelpiek van maar liefst 167 Nm!

In de bocht

Eigenlijk zijn dit soort motoren gemaakt om rustig mee te rijden, cruisen zoals dat heet. Nu, dat hebben we niet altijd gedaan omdat we de lezer graag willen vertellen welke het beste scheurijzer van de twee is. De HD schenkt vertrouwen door z’n rigide kader. Even snel van het ene op het andere oor gooien is er wegens de massa niet bij, maar de jongen uit Milwaukee pikt duidelijk graag bochtjes. Hij blijft makkelijk de gekozen lijn aanhouden en je krijgt feedback van wat er onder je gebeurt. Dat gevoel mis ik een beetje op de Indian, hoewel die ook beschikt over een strak chassis. Waarschijnlijk zit het voorwiel van 17 inch op de Harley hier ook voor iets tussen, terwijl z’n concurrent het met 16 inch doet. In korte haarspeldbochten en op rondpunten is de grondspeling bij de Indian snel opgebruikt en schuurt-ie met regelmaat over het asfalt. Dat gebeurt met een vast stuk staal waar de treeplanken op zijn bevestigd en dat geeft niet mee. Opletten geblazen, want de ganse motor zet dan graag een stapje opzij, zoals Wim ondervond. Bij de Harley ben je al flink op hellingshoek voor de treeplanken worden geschraapt, maar zelfs dan geen nood, want het chassis weet ons sport en spel vrij goed te verteren.

 

 

Ik ga op reis en neem mee

Aan bagageruimte geen gebrek op deze grand tourers. Beide heren beschikken over ruime zijkoffers en dito topkoffer. De Indiaan krijgt nog net iets meer schietgeweren gepakt in die laatste, maar daar staat tegenover dat bij de Cowboy het deksel zijdelings opent, wat ik een stuk praktischer vind. Telkens we even halt houden leg ik m’n helm intuïtief op de ruim bemeten duo-zit. Op de Indian staat hij telkens ergerlijk in de weg als ik de topkoffers open om m’n fotomateriaal te nemen, terwijl dat op de Harley geen issue is. De Indian beschikt wel nog over twee kleine opbergvakjes extra in de kuip.

Koninklijk verwend

M’n poep wordt op beide motoren koninklijk verwend met een royaal en comfortabel zadel, op de Indian ook nog eens verwarmd indien gewenst. Toch zijn we het er ’s avonds na een lange dag in het zadel over eens dat de Indian nog een puntje voor heeft qua zitcomfort, hoewel we allebei de houding op de Harley prefereren, namelijk iets minder onderuit met de benen naar voor. De Indian geeft dan weer net dat beetje meer steun in de onderrug door de pasvorm van z’n zetel. Of zal ik sofa zeggen?

Wie, o wie?

Welke moeten we nu aanwijzen als winnaar van deze King of the Road-wedstrijd? De Harley krijgt onze duim voor z’n stuureigenschappen op snelheid en tijdloze voorkomen. Ik hou van de klassieke lay-out van de koplampen, maar ook van de vier klokjes op een rij in het dashboard. Andere plusjes zijn z’n iets minder uitgesproken in-de-sofa zithouding en grotere grondspeling. De Indian heeft een streep voor als we kijken naar afwerking en algemeen comfort, wat op dit soort fietsen toch niet onbelangrijk is. Het ruim bemeten en perfect gepolsterde zadel, de bescherming tegen weer en wind en het uitstekende audiosysteem spreken in zijn voordeel. Ook het motorkarakter in sportstand met bijbehorende brom weet te bekoren.

De volledige versie van deze vergelijkingstest lees je in het julinummer van Motoren & Toerisme, dat nu in de winkel ligt.

 

Tekst: Bob Van Mol

Foto’s: Thierry Dricot

Image: de H-D en de Indian

Bron: Motoren & Toerisme

 

 

Share this article

You May Also Like