Vergelijkingstest: MV Agusta Brutale 800 vs. Triumph Speed Triple

Toen we de Russische en Engelse hooligans tijdens het afgelopen EK zagen knokken in de straten van Rijsel en Marseille, kregen wij een bevreemdende meug om zelf ook eens herrie te schoppen op een reep asfalt. In de MV Agusta Brutale 800 en de Triumph Speed Triple S vonden we twee motoren die met alle plezier onze knokploeg kwamen vervoegen.

Hoewel het uiterlijke ruwe randje van de Speed Triple er in de afgelopen jaren af gepolijst werd, onderschat je de Brit maar beter niet. Want de dikke twaalfkleps driepitter neemt dan wel boring en slag (79 x 71,4 mm) over van zijn voorganger, er zijn niet minder dan 104 aanpassingen aan de ingewanden gebeurd. Onder meer zuigers, nokkenassen en gasklephuizen ondergingen een update. Enerzijds om de Euro 4-normering te halen, anderzijds om zeven pk en één Nm te winnen ten opzichte van zijn voorganger. Alles samen perst het 1.050 cc grote blok er nu 140 pk aan 9.500 tpm en 112 Newtonmeters aan 7.850 tpm uit. Van zodra je de lekker vol klinkende driecilinder tot leven port en ‘m in eerste tikt, merk je over hoeveel koppel deze beer in de lage regionen van de toerenteller beschikt. Vanaf vierduizend toeren pakt het koppel aardig op, al begint de motor pas echt gemeen te grommen eens je de zevenduizend gepasseerd bent en richting de begrenzer bij cijfertje tien knalt. Ondanks die stevige acceleratiemogelijkheden vanuit lage toeren, probeert de Speed Triple je nooit uit het zadel te gooien.

Een contrast dat niet groter kon zijn met de Brutale. Want de strijd met de slechts 798 cc metende Italiaan mag  puur cijfermatig misschien wat oneerlijk lijken, aangezien hij ‘slechts’ 116 pk en 83 Nm in de aanbieding heeft. Maar de kleine weert zich wel als een duivel in een wijwatervat: terwijl de Speed Triple zich heel gemoedelijk laat strelen, gaat MV’s brutaalste erg nijdig op het gas in zowel Normal- en Sport-modus. De Rain-mapping is dan wel het meest begrensd, maar komt enkel ingetogen over als je er de andere rijmodi aan boord van de Brutale mee vergelijkt. Zet je ‘m in Rain naast de vergelijkbare modus op de Speed Triple, dan komt de pastavreter nog steeds opgefokt voor de dag. Vooral in lage toeren heeft de Brutale het qua gasrespons kwaad in vergelijking met de Brit die vanuit de onderbuik soepel reageert op elke draai aan het rechter handvat. Op een perfecte laag asfalt vallen die opstootjes nog in toom te houden, wordt de ondergrond wat ruwer – lees: een weg in betonplaten – dan mag je je schrap zetten voor een stevige worstelpartij om in het zadel van de MV te blijven zitten.

1

Iedereen weet dat het niet zo moeilijk is om als een stormram rechtdoor te flitsen, maar dat het echte werk pas begint als er zich linkse en rechtse hoeken aandienen. En net in dat bochtenwerk toont de Speed Triple S zich heer en meester. Niet zozeer als scherpste mes in de lade – het plattere, iets minder brede stuur op de Speed Triple vereist iets meer input om ‘m in de bocht te mikken dan de bredere hefboom op de Brutale. Maar uiteindelijk laat de Speed Triple zich zonder tegenwerken om elke curve gooien die het asfalt presenteert, met een stabiliteit die je na enkele bochten zin geeft om er nog harder en dieper door te jassen. Staat de duurdere R-versie op betere Öhlins-poten, dan verrast ook de S in positieve zin met zijn volledig instelbare Showa-verenwinkel. Ook de Brutale snijdt als een mes, maar dan wel één van het soort dat je van enkele vingerkootjes berooft als je er onoplettend mee gaat zwaaien. Hij vergt zowel motorisch als qua rijwielgedeelte gewoon meer aandacht dan zijn Britse concurrent.

2

Al dat geweld dient uiteindelijk getemd, waarbij alweer de Speed Triple met de bloemen gaat lopen: de dubbele 320 mm zwevende remschijven laten zich vooraan heel vlot bij het nekvel grijpen door de vierzuiger monobloc radiaalremklauwen van Brembo, terwijl ook de Nissin tweezuigerremklauw achteraan zich perfect van zijn taak kwijt. Je hoeft geen schrik te hebben van de aanvankelijke beet en het geheel laat zich heel soepel mennen. ‘Beheerst, maar goed’ blijkt de rode draad doorheen de evaluatie van deze motor. Bovendien worden de remmen op de Brit bijgestaan door een aanzienlijke portie motorrem, waar de Brutale het toch vooral van de Brembo’s aan boord moet hebben.

3

Trek je ten strijde, dan zal het leeuwendeel van de motorrijders aan het stuur van de Triumph Speed Triple S beter gewapend op het slagveld verschijnen. Want ook al ziet de Brit er niet langer hondsbrutaal uit, technisch steekt de Speed Triple zo verdomd goed in mekaar dat je er op een beschaafde manier toch oerend hard mee kunt rijden. De MV Agusta Brutale 800 is dan weer je slechte vriend die je net dat tikkeltje verder opjut – snel op te hitsen, deelt graag kopstoten uit en gaat al eens graag kort door de bocht. Welke vechtjas je verkiest, zal vooral van je geliefkooste stijl van bakkeleien afhangen: de beschaafde bokser of de op bloed beluste kooivechter.

4

Je vindt de volledige versie van deze test in het augustusnummer van Motoren & Toerisme.

 

Tekst: Jelle Verstaen

Foto’s: Philippe Buissin – Imagellan

 

Bron: Motorsite

Share this article

You May Also Like